Overleven tijdens de crisisjaren

Eerder vertelden we over het leven van Simon Levelt, de eerste winkel en hoe zoon Jacob het bedrijf overnam en verder uitbouwde. In deze blog gaan we verder met de twee volgende generaties in de Simon Lévelt historie.

Het is inmiddels 1893. Jacob is overleden en zoon Henri (derde generatie) heeft het bedrijf overgenomen. Met Henri aan het roer floreert de zaak. In het weekend staan de klanten buiten in de rij op hun beurt te wachten. Ook winkeliers – van wie veel per boot komen – kopen bij Simon Lévelt hun zakken koffie en kistjes thee.

Henri is een werkgever van de oude stempel. Hij is driftig van aard en duldt geen tegenspraak. Zoon Jacobus (Ko) schreef later over zijn vader: “Ik zou Henri een potentaat willen noemen. Ware het niet dat hij een klein hartje had, zeer gevoelig was en in de bres sprong als hij iemand kon helpen. Hij stond voor iedereen open en men hechtte waarde aan zijn adviezen omdat hij van veel zaken verstand had.”

Ook vaste klant Albert Heijn, die aan de overkant van het IJ een winkeltje heeft, klopt bij Henri aan voor advies. Het gesprek met Henri waarin Albert vertelt over zijn visie om meer dan één winkel te openen, wordt later een bekende anekdote binnen de Levelt familie.

Ko en Wim, vierde generatie

In 1918 krijgt Henri versterking van zijn zoon Ko. Ko’s jongere broer Wilhelmus (Wim) studeert chemie en komt na het behalen van zijn doctorstitel ook in het bedrijf werken. Tegen die tijd is de winkelverkoop flink gedaald door de crisis en stevige concurrentie van voorverpakte koffie en thee in de buurtwinkels. Om deze problemen het hoofd te bieden, proberen de broers nieuwe klanten te werven buiten Noord-Holland en laten vertegenwoordigers door het land reizen.

Vader Henri treedt in 1928 uit het bedrijf. De broers hebben de taken zo verdeeld dat Wim zorgt voor de verkoop en Ko verantwoordelijk is voor de interne werkzaamheden als inkoop en het maken van melanges. In die tijd gebeurde de inkoop niet in het land van herkomst, maar kwamen importeurs en makelaars met koffiemonsters langs bij de branderijen. Thee kwam vrijwel uitsluitend uit Nederlands-Indië en werd bij het veilinghuis in de Brakke Grond in Amsterdam geveild. Eerder schreven we dat de Levelts geen topindustriëlen, baanbrekende wetenschappers of politici voortbrachten. Dat dit rond de tijd van Simon (1775) niet het geval was, zegt niets over de latere Levelts. Wim behaalde als eerste van de familie zijn academische graad en werd stamvader van een reeks vooraanstaande wetenschappers. Hij promoveerde als scheikundige aan de universiteit van Amsterdam en combineerde zijn passie voor chemie met het ondernemerschap.

Overleven-tijdens-de-crisisjaren-blog-01

Wim richt in 1931 Zonco op: de ‘Nederlandsche Fabriek tot verwijdering van schadelijke bestanddelen uit voedings- en genotmiddelen, Amsterdam.’ Na meerdere experimenten lukt het hem om een octrooi te krijgen op het maken van cafeïnevrije koffie. Dit leidt tot grote irritatie bij Koffie Hag – Hamburger Aktien Gesellschaft – die op dat moment de grootste leverancier van cafeïnevrije koffie is. Volgens het bedrijf is de werkwijze niet nieuw en leidt het niet tot een verbetering ten opzichte van bestaande technieken. Ze tekenen beroep aan. En ook bij het deponeren van merknaam Zonco spant Hag een kort geding aan. Het hoger beroep wordt uiteindelijk beslist in het voordeel van Hag en de Levelts kiezen ervoor om de naam te veranderen in Luzon. Nadat de juridische drempels voor patent en merknaam zijn genomen, kunnen de broers zich richten op het verwezenlijken van hun commerciële doelen, maar de toon tussen Hag en de familie Levelt is gezet.

Op de scheidslijn van winst en verlies

Voor Simon Lévelt zijn de crisisjaren een moeilijke periode. De koffiemarkt daalt tot een historisch laag peil, de koopkracht vermindert sterk en de concurrentie wordt steeds feller. Er wordt getracht het merk ‘De Ster’ levendig te houden door de verstrekking van bedrukte Ster-trommels en raamvignetten voor winkeliers. Maar de advertentietarieven, salariskosten van vertegenwoordigers en andere promotionele kosten drukken zwaar op het bedrijf dat praktisch alle omzet uit een betrekkelijk kleine regio moet halen. Het bedrijf balanceert jaar naar jaar op de dunne scheidslijn van winst en verlies. Maar terwijl tientallen concurrenten het bijltje er bij neerleggen of gedwongen hun activiteiten moeten staken, blijft de afbeelding van De Ster fier prijken aan de gevel van de Prins Hendrikkade.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog legt de Britse vloot een blokkade op die de internationale handel grote schade toebrengt. De mijnen die de Duitsers en Britten rijkelijk in de Noordzee leggen, betekenen voor menig schip het einde. Suiker is het eerste product dat op de bon gaat, maar koffie en thee volgen snel. Nu de rantsoenering van blijvende aard is, ontstaan er nieuwe ondernemerskansen. Aan de Nieuwezijds Voorburgwal wordt Stoelex gestart, een producent van surrogaten. Amsterdammer J.H. Stoelinga is de geestelijk vader van de onderneming, maar Simon Lévelt brengt het product aan de man en financiert de operatie.

Surrogaten en extracten

Jarenlang hebben de Levelts zich exclusief geconcentreerd op koffie en thee, maar de economische noodzaak van de oorlog maakt hen inventief. De lijst nieuwe producten is lang. Naast koffie- en theesurrogaten, verkopen zij jam, extracten van bessen, aardbei, brandy en frambozen, limonadesiropen en pudding.

De inbeslagname van grondstoffen door de regering leidt tot grote bedrijfseconomische problemen. In 1941 werken er naast familieleden zo’n tien mensen in het bedrijf. Simon Lévelt specialiseert zich noodgedwongen in de verkoop van surrogaten, maar voor de magazijnmedewerkers en koffiebranders is geen werk meer. Terwijl Wim druk bezig is met het gespecialiseerde werk van het extraheren van stoffen voor de surrogaten, heeft het personeel weinig meer te doen dan de vloer aan te vegen en een kaartje te leggen.

Aarzelende nieuwe start

Als in 1946 Henri overlijdt komen de kinderen bijeen om te spreken over de toekomst van het familiebedrijf. Het Nederland van 1946 is verpauperd, ligt deels in puin en biedt – met de rantsoenering nog van kracht – nauwelijks ondernemerskansen. De oorlogsjaren zijn met verlies afgesloten en de financiële reserves van zowel het bedrijf als de familie zijn praktisch uitgeput. In het familieberaad komt beëindiging van de onderneming dan ook serieus aan de orde. Zover komt het gelukkig niet. De traditie weegt te zwaar. Wim en Ko zien het bedrijf als een verplichting naar de toekomst, een onlosmakelijk onderdeel van de familie dat moet worden overgedragen aan de volgende generaties.

Overleven-tijdens-de-crisisjaren-blog-02